De Kleurdwergen
De Kleurdwerg is van Nederlandse herkomst. Het ras is in de jaren ’30 ontstaan door het kruisen van witte Pooltjes en kleine wilde
konijntjes. In 1938 werd de Kleurdwerg voor het eerst door dhr. Hoefman uit Brielle op een tentoonstelling uitgebracht. In 1940 werd
het konijn erkend als een officieel ras door de Nederlandse konijnenfokkersvereniging. Destijds werd er een maximum gewicht
aangehouden van 1,5 kilo en een maximum oorlengte van 7 cm. De eerste Kleurdwergen waren vrijwel allemaal grijs van kleur. Na de
Tweede Wereldoorlog kwam daar verandering in. Fokkers ontwikkelden dieren met een ijzergrauwe kleur en diverse marterkleuren.
Het aantal kleuren dat voorkwam breidde zich uit. Tegenwoordig komt de Kleurdwerg in vrijwel alle kleuren en aftekeningen voor. In
Engeland verkreeg de Kleurdwerg in de jaren ’40 populariteit onder de rasnaam ‘Netherland Dwarf’. De Amerikanen ontdekten het ras
pas veel later; daar kwamen de eerste Kleurdwergen pas in 1969. Ook daar werden ze ‘Netherland Dwarf’ genoemd en waren ze
ongekend populair bij Amerikaanse konijnenliefhebbers.

Uiterlijke kenmerken
Lichaamsbouw: het lichaam is sterk en gedrongen, de nek is kort. Fijne rondingen, goed gevulde achterhand. De pootjes zijn fijn en
recht en de voetjes zijn kort. Het kleine staartje zit dicht tegen de achterhand aan.
Kop: Een bolrond kopje, het voorhoofd en de wangen zijn breed. Vanaf de zijkant gezien is het neusbeen sterk gebogen. Relatief grote
en bolle ogen. De oortjes zijn kort (ongeveer een lengte van 5 cm), smal en recht en staan dicht tegen elkaar aan.
Vacht: De vacht is kort, glanst, en voelt zacht aan. De ideale vacht is geheel doorgehaard, dus zonder dunbehaarde of kale plekjes.
Wanneer hij in de rui is kun je dit gemakkelijk zien aan het oude, doffe haar en het nieuwe, mooi gekleurde haar. De beharing op de
oortjes is zeer kort.
Gewicht: Het dier weegt ongeveer 0,8 tot 1,150 kilo.

Kleur
De Kleurdwerg heet niet voor niets kleurdwerg. Hij komt voor in vrijwel alle verschillende kleuren, aftekeningen en patronen.
Hieronder worden er enkele benoemd en beschreven.

Wildkleur
De wildkleurige konijnen hebben haartjes met elk een verschillend kleurbandje. De kleur die het dichtst tegen het lichaam aan ligt,
dus het dichtst bij de haarwortel, wordt de grondkleur genoemd. Bij veel dieren is deze grijs of blauw. De kleur op de haartoppen wordt
de ticking genoemd. De kleur die tussen de grondkleur en de ticking in ligt noemt men de dekkleur. Andere kenmerken van
wildkleuren zijn een lichtgekleurde buik en lichte randen rondom de ogen. Ook de binnen- en achterkant van de poten en de
onderkant van de staart zijn licht. De wildkleurige Kleurdwergen worden als volgt ingedeeld:
Haaskleur: rossige dekkleur met zwarte ticking en bruine ogen.
Bruingrijs: lichtbruine dekkleur met chocoladekleurige ticking.
Bruingrauw: lichtgrijze dekkleur met chocoladekleurige ticking.
Blauwgrijs: licht bruingrijze dekkleur met blauwgrijze ticking en blauwe ogen.
IJzergrauw: lichtgrijze dekkleur met zwarte ticking en bruine ogen.
Chinchilla: zilverwitte dekkleur met zwarte ticking en bruine ogen.
Blauwgrauw: lichtgrijze dekkleur met blauwe ticking en blauwe ogen.
Daarnaast zijn er ook nog gele en oranje Kleurdwergen, deze zijn wildkleurig zonder ticking. Zij kunnen wel lichte randen rondom de
ogen hebben. Deze dieren hebben bruine ogen.

Effen kleur
Kleurdwergen die een effen kleur hebben, hebben geen lichte of donkere gedeeltes. De vacht heeft van kop tot staart dezelfde kleur. De
kleur van de buik kan in sommige gevallen wat matter zijn. Enkele effen kleuren:
Blauw met blauwe ogen
Zwart/chocoladebruin (Havana) met bruine ogen

Uitmonstering
Een uitmonstering is ongeveer hetzelfde als een aftekening, maar er is een verschil: als twee dieren met dezelfde uitmonstering
gekruist worden is de kans groot dat de jongen vrijwel dezelfde aftekeningen hebben als hun ouders. Bij een aftekening komt dat niet
vaak voor. Enkele voorbeelden van een uitmonstering:
Rus: een Kleurdwerg met rusuitmonstering heeft een zwarte kleur die alleen op de lichaamsuiteinden voorkomt, zoals de oren, de
snuit, poten en staart. De aftekening ontstaat alleen op de koudere, minder goed doorbloede delen van het lichaam. Het dier wordt wit
of muisgrijs geboren, de uitmonstering krijgt hij pas als hij een aantal weken oud is. De ogen van een Kleurdwerg met rusuitmonstering
zijn altijd rood.
Marter: Marterkleuren, veelvoorkomend bij dit ras, zijn er in drie verschillende gradaties: donker marter, midden marter en licht
marter. De meest voorkomende marterkleuren zijn sepiabruin en blauw. Sepiabruine Kleurdwergen hebben bruine ogen, blauwe
hebben grijsblauwe ogen. Kleurdwergen met deze uitmonstering hebben bij een bepaalde lichtinval een rode weerschijn in het oog. Dit
wordt ‘vuurgloed’ genoemd.
Tan: Een kleurdwerg met tanuitmonstering heeft een gele, roodachtige kleur op sommige delen van zijn vacht. Deze kleur zit meestal
rond de ogen, aan de voor- en binnenkant van de oren, rond de neusgaten, bij de onderkant van de kaak, op de borst en buik en aan de
binnen- en achterkant van de achterpoten. Ook op de teentjes zitten kleine tankleurige vlekjes. Om de hals, vlak onder de kaaklijn,
loopt een tankleurige streep die in een soort driehoek achter de oren eindigt. Voor de rest is het dier zwart of blauw. Havanabruine of
gouwenaarskleurige (lilac, is een soort lila) Kleurdwergen met tanuitmonstering komen heel soms ook voor.
Zilvervos: Deze uitmonstering lijkt op de tanuitmonstering, alleen zijn de tankleurige gedeeltes bij de zilvervos zilverwit. De overige
gedeeltes kunnen zwart, blauw, havanabruin of gouwenaarkleurig zijn. De zwarte en blauwe dieren zijn in dit geval het populairst.
Zwarte en bruine dieren hebben bruine ogen, gouwenaarkleurige en blauwe konijnen hebben blauwe ogen.
Verzilverd: De Kleurdwerg is bij geboorte eenkleurig, maar rond de vijf tot zes weken begint de wacht zilver te worden. Alle haren die
dan uitvallen, worden vervangen door nieuwe haren die zilverkleurig zijn. De haartop van elke dekhaar heeft dan geen pigment. De
snelheid waarmee een vacht ‘verzilverd’ hangt dus af van de verharing.
Madagaskar: Kleurdwergen met een madagaskaruitmonstering hebben een geel-bruine vacht. De haartopjes zijn zwart, wat de vacht
een soort zwarte gloed verleent. De oren, de borst, snuit, achterhand, poten, buik, het onderste gedeelte van de schouders en de
flanken, hebben een wat donkerdere kleur. Als je het haar wegblaast kun je goed zien dat de ondervacht veel lichter van kleur is. De
ogen zijn donkerbruin.
Isabella: Isabella lijkt op Madagaskar, alleen is de dekkleur veel lichter geel en zijn de haartopjes blauw in plaats van zwart. De ogen
zijn blauw.

Aftekening
Een aftekening is een bepaalde vlek op de vacht. Een aftekening is niet makkelijk om door te fokken. Als er twee Kleurdwergen met
prachtige aftekeningen gekruist worden wil dat niet zeggen dat de jongen ook deze aftekeningen hebben. Er bestaan enkele
standaardtekeningen:
Witte-van-Hotottekening: Deze aftekening is erg populair bij de Kleurdwerg. In dit geval is het dier wit en heeft het zwarte ringen van
3 tot 5 mm breed om zijn ogen. De ogen zijn altijd bruin van kleur.
Lotharingertekening: Deze aftekening bestaat nog niet heel lang en is ook nog niet overal ter wereld bekend. Het dier heeft een zwarte
snuit en zwarte oogringen. Op de neusrug zit een vlek. Ook de oren zijn zwart en op de wangen heeft hij stippen. Over het lichaam
loopt een aalstreep van de oren tot aan de staart. De stippen op het lichaam moeten het liefst rond zijn en mogen niet in elkaar
overlopen.
Japannertekening: Bij een Japannertekening heeft het dier een kop met twee kleuren, waarvan de scheiding in het midden ligt. Onder
de zwarte helft van de kop moet de borst roodgeel zijn en de poot zwart, onder de roodgele helft van de kop is juist de borst zwart en de
poot roodgeel. Over het lichaam lopen zwarte en roodgele strepen, waardoor hij iets wegheeft van een zebra.
Hollandertekening: De Kleurdwerg met een Hollandertekening heeft aan beide kanten van zijn kop een gekleurd gedeelte. Dit omvat
de ogen, de wangen en de oren, maar loopt niet door tot de snuit of de nek. Op het voorhoofd is een omgekeerde V-vormige bles
zichtbaar. Halverwege het lichaam tot en met de staart heeft het dier een andere kleur. De voetjes van de achterpoten zijn altijd wit.

Eigenschappen
Ondanks dat ze klein zijn, hebben Kleurdwergen een erg levendig karakter. Samen met de Pooltjes (hun broertjes) zijn ze het
populairste konijnenras ter wereld, wat ze te danken hebben aan hun kleine formaat en schattige uiterlijk. Omdat ze zo klein zijn, zijn
ze voor veel mensen gemakkelijk om in huis te hebben. Ook om te fokken zijn ze erg in trek, vanwege de vele kleuren, aftekeningen en
uitmonsteringen waarin dit ras voorkomt. Een Kleurdwerg wordt ongeveer 5/6 jaar oud.