De jongste in de groep konijnendwergrassen is de Nederlandse
hangoordwerg. Het is een creatie van de bekende Tilburgse tanfokker en
keurmeester Adr. De Cock, die er ongeveer 12 jaar aan besteedde, alvorens hij
de eerste produkten van zijn fokkerskunst op de tentoonstelling bracht.
Met doorzettingsvermogen en eindeloos geduld
gelukte het hem tenslotte een miniatuurvorm van de circa 5 à 6 kg wegende
Franse hangoor te fokken. Kundige fokkers en keurmeesters, die van de pogingen
hoorden, om een dwerg te creëren met hangende oren, vonden het tijdverspilling,
terwijl één der allerbekwaamsten het zelfs een utopie noemde. Het bezig zijn met
een liefhebberij, wat het dan ook mag zijn, kan voor een mens, na zijn dagelijkse
beslommeringen, alleen maar relaxerend werken. Het woord utopie kan in zo'n
geval als een uitdaging werken en daardoor een stimulerende
kracht betekenen.

De problemen die het combineren van hangende oren met een zeer klein
konijnenlichaam met zich hebben meegebracht laten we achterwege. De lieer de
Cock komt de verdienste toe dat hij een dergelijke taak heeft volbracht en mag
zich verheugen in de grote populariteit, die het ras nadien verwierf. Velen hebben
zich dit hangoorrasje aangeschaft en doen verwoeste pogingen om het verder te
verbeteren. Ook dit laatste is een moeizame weg, maar er zijn gelukkig, onder de
bezitters van Nederlandse hangoordwergen, fokkers die er de juiste feeling voor
hebben. Eén belangrijk feit moeten we voor ogen houden, de Polen en
kleurdwergen zijn ook niet in enkele jaren
tot de kwaliteit gekomen, die ze nu laten zien. Zonder de selecterende hand van
de fokker die een bepaald doel voor ogen staat, vallen vele rassen terug naar de
oervorm, het in het wild levend konijn. De konijnenbergen, die enkele liefhebbers
er op na houden, zijn het beste bewijs. In de vrije natuur gaat een en ander nog
sneller in zijn werk,
maar daar spelen andere factoren, zoals natuurlijke vijanden, een grote rol.

BOUW EN TYPE

Om een goed idee te krijgen, hoe een Nederlandse hangoordwerg er uit moet
zien, verdient het aanbeveling eerst eens een prijswinnende Franse hangoor op
een tentoonstelling te bestuderen. Deze stond namelijk model toen de
Nederlandse hangoordwerg in de maak was. Het lichaam moet kort en gedrongen
zijn. Een zogenaamd halsloos type, breed in de schouders en breed in de borst.
De achterhand, die
mooi afgerond moet zijn, is eveneens breed. De beentjes zijn kort,
stevig en dik. De kop is sterk ontwikkeld, breed tussen de ogen, terwijl de wangen
en snuit sterk ontwikkeld zijn. Het neusbeen is rond, zonder een afwijkende
gebogen lijn of zelfs een knik of hoek te vertonen.

De oren, die gemeten worden van oorpunt tot oorpunt over de schedel, moeten
minimaal 22 en maximaal 25 cm lang zijn. In volkomen rustige
toestand van het dier hangen de oren loodrecht naar beneden, met de opening
naar de kop gekeerd. Aan de uiteinden zijn de oren lepelvormig afgerond. Vouwen
en plooien in de oren worden als fout aangemerkt. Men ziet graag dat de oren dik
en stevig zijn. De oren die aan de wortel omgebogen zijn, waardoor de hangende
oren ontstaan, vertonen bij de oorwortels twee verhogingen, die kronen worden
genoemd. Deze moeten flink ontwikkeld zijn.

GEWICHT

Het gewicht probeert men nog steeds te drukken. Sinds 1997 heeft men beslist dat
het ideale gewicht tussen 1350 en 1550 gr moet liggen, terwijl schommelingen
tussen 1150 en 1650 gr toegelaten zijn

DE PELS

De pels is normaalhaar middellang. Hij is zacht en glanzend met veel onderwol

KLEUR

De Nederlandse hangoordwerg is erkend in konijngrijs, ijzergrauw, blauwgrauw,
blauwgrijs, zwart, blauw, madagascar, isabella en kaneelkleur. Verder in Midden
sepia-, midden blauw- en midden geel marter. Ook in wit met rode of blauwe ogen.

MANTELTEKENING

De manteltekening is niet scherp aangegeven. Wel moeten de rug en de zijden
zoveel mogelijk gekleurd zijn. Ook de kop dient zoveel mogelijk gekleurd te zijn,
met een geheel gekleurde snuit en dito oren. De borst en de voorbenen dienen bij
voorkeur geheel wit te zijn. De achterbenen en de buik ziet men graag geheel wit of
overwegend wit. Symmetrie in de tekening dient men zoveel mogelijk na te
streven. Bij bonte dieren met witte voeten is de nagelkleur zonder pigment, dus
kleurloos.

ZWARE FOUTEN
Misvormde of zwaar beschadigde oren. Oren die horizontaal of bijna horizontaal
worden gedragen. Oren waarbij de holle zijde naar voor is gericht. Het totaal
ontbreken van kronen. Een te ruime huid,waarbij deze op de achterhand als het
ware een gedeelte van de benen verscholen houdt, men noemt dit "zeer veel
broek". Wamvorrning. Grote afwijking van het tekeningbeeld, zoals bijv. geheel of
vrijwel geheel witte kop of snuit-, veel witte vlekken op de oren of een oorlengte die
niet tussen 22 en 25 cm ligt.

LICHTE FOUTEN
Weinig symmetrie in tekening en geringe afwijkingen in het totaalbeeld van die
tekening. Iets wit op de snuit, enkele witte vlekjes op de oren, één of meer
gekleurde nagels bij bonte dieren. Oren die niet geheel naar beneden hangen of
waarvan de schaalopening niet geheel naar de kop is gekeerd. Wat minder fraai
gebogen oorschelpen, wat dun oorweefsel. kartellingen in de oorranden; oren die
iets beschadigd zijn, wat weinig ontwikkelde kronen, iets broek en
geringeafwijkingen van het voorgeschreven type.Een fout die enkele fokkers
maken bij dit ras is de dieren te weinig voeren om zo het maximum gewicht niet te
overschrijden. de dieren lijken dan smal en lang en verliezen ook.Voor de lichte
en zware fouten geldend voor alle rassen verwijzen we naar de standaard.

De Nederlandse Hangoordwerg